Een betoverende wereld is het, die van natuurlijke edelstenen. Als goudsmid begon mijn fascinatie al op dag één, of eigenlijk toen ik een kleine Ym was en voor elke juweliersetalage stond te kwijlen. Ik raak er nooit klaar mee, het is een constante stroom van obsessie, inspiratie en verfijning, bijna een verslaving zou ik kunnen zeggen, eentje die je steeds dieper het vak in trekt..
Een edelsteen kiezen is nooit een klik op “de mooiste”. Het is een proces dat ik door de jaren heen heb geleerd, ook soms in het begin door ongenadig het verkeerde te kopen, gewoon omdat ik viel voor alleen de kleur, dat was oppervlakkig bleek later. Tsja, shoppen in dit vak is een risico.
Ik ken mijn leveranciers inmiddels bijna allemaal in persoon, via (internationale) beurzen of websites en tegenwoordig natuurlijk ook instagram. Sommige leveranciers hebben een showroom of webshop en anderen komen zelfs persoonlijk langs met hun koffers vol op tafel, zodat ik alle stenen rustig kan checken met mijn loupe, vragen kan stellen, kan vergelijken en selecteren.
Wat ik zoek is dus niet alleen schoonheid, maar kwaliteit die blijft werken in een ontwerp. Nadat een steen mijn aandacht trekt - eigenlijk gewoon: magie, de steen kiest jou, zeggen ze - begint de selectie altijd bij het slijpsel. Dat is de architectuur van een steen. Een steen moet uitstraling hebben, als een kunstwerk, het is betoverend, je blijft kijken.
De schittering van een goed slijpsel, is onmiskenbaar, ik pik de goeie er meestal wel uit, een slecht slijpsel kan een steen namelijk vlak, levenloos of gewoon echt scheef laten ogen, die pak ik gewoon niet. Een goed geslepen steen door de loupe bekeken geeft zo’n soort vreugdesprongetje van je hart: “Ja, dit is ‘m”.
Het slijpsel is dus goed te onderzoeken met een loupe, het beïnvloedt ook direct hoe ik hem kan zetten. Het slijpsel bepaalt welke zetting technisch mogelijk is en welke de steen echt laat leven. Een open zetting met pootjes, waar het licht in valt, of een dichte zetkast. Het kan met dezelfde steen een wereld van verschil zijn.
Ik kijk ook kritisch naar kleur. Als je bij me komt, zal ik je vragen: “Wil je een steen voor de kleur, of voor de sparkle, of allebei?” Bij sommige stenen wil je dat de kleur overal gelijk is, soms juist kleurverloop, en soms kies je tussen diepe kleur of maximale sparkle. Maar altijd is de balans cruciaal.
Er is ook een categorie stenen die door verhitting een kleurbehandeling heeft doorstaan, de kleur is dan intenser geworden. Of het dan nog natuurlijk en écht is? Wat vind jij…?
Dan let ik nog op insluitsels: dat zijn natuurlijke “onzuiverheden” in de steen, zoals kleine kristalletjes, veertjes of minuscule barstjes die tijdens de groei zijn ontstaan. Sommige zijn onschuldig en juist prachtig zoals een mosagaat of rutielkwarts, maar anderen kunnen de structuur verzwakken. Dan krijg je zogenaamde spanningslijnen of “glissen”, waardoor een steen bij het zetten of dragen kan breken. En soms wil je gewoon een effen kleur, een knaller van een saffier of toermalijn, geen vertroebelingen, een helder kristal dat glittert, I love it.
Elke steen moet dus mooi zijn, maar ook veilig, stabiel en passend bij het ontwerp en bij de drager van een juweel, wil je opvallen? Of juist stille badass classyness? Het kan allemaal. Zeg het maar, ik zoek jouw perfecte steen.
En terwijl ik dit schrijf, gaat de bel, een pakketje, met nieuwe stenen, can’t wait!!
Wat is jouw favoriete edelsteen?
Reactie plaatsen
Reacties